Nachtwandeling

We gaan weer een rondje maken. Niet op de fiets, want er zit al een poosje een wandeling in mijn kop. De verhuizing naar Den Bommel zit er grotendeels op. Het huis is lekker opgefrist met de hulp van vriendin Miranda en Ron Zündapp uit Rotterdam-Zuid. Binnen één dag de gehele benedenverdieping gedaan. Wat een dankbare verrassing! We zijn aan het inrichten, maar we wonen nog even in onze stacaravan, het is gewoon te warm om in het huis verder te gaan. Daarom een nachtwandeling en ik ga niet alleen, want Rianne en vriendin Miranda gaan gezellig een keertje met me mee. We hebben gekozen voor de nacht, omdat de nacht indrukwekkend is en niet zo warm. Het wordt een strandwandeling zonder toeristen en kuilen. We gaan de Westpunt van Schouwen Duiveland ronden: vanaf de Brouwersdam het strand op, lopen over het strand Renesse voorbij naar de Wester vuurtoren bij Nieuw Haamstede. Verder langs de immense meeuwenkolonie in het duingebied achter Burgh Haamstede. Het einddoel is Westenschouwen, daar waar de Oosterschelde kering naar Noord-Beveland reikt. We vertrekken rond 20.00 uur vanaf de camping in Melissant. Dan eten we wat in bij Perry`s, de laatste strandtent op de Brouwersdam. Het volgende strandpaviljoen is pas weer bij Westenschouwen. We lopen met de grote rugzak en nemen alle drie de slaapzak mee, net als volgens de PSU lijst, voldoende drinken. We schatten de afstand op ongeveer twintig kilometer. Hoelang we onderweg zijn zien we wel, het gaat tenslotte om het plezier en het genieten van de nacht. Buurman Bert Limbo brengt ons naar de Brouwersdam en haalt ons de volgende ochtend weer op in Westenschouwen.

Het avontuur gaat beginnen

De zon gaat onder. De maan trekt zonder touw aan het water van de Noordzee. Maar nu eerst wat eten. Het is afgaand tij, vannacht rond één uur wordt het vloed: plus 1 meter 20. In de nacht is het te lastig om een blog te schrijven want we moeten opletten. De navolgende blog heb ik daarom bij thuiskomst geschreven.

 

De Wandeling

Onze rugzakken hebben we goed gevuld. Ze zijn zeker niet zwaarder dan circa acht kilo. Op onze PSU lijst staat: voldoende drinken, pleistertje voor eventuele blaren, Sultana-biscuits en Bifi-snacks voor het zout plus een paar gekookte eieren voor het zog. En drie broodjes kaas. Natuurlijk vertrekken we niet zonder slaapzakken en de regenpakken. De zon gaat al onder en buurman Bert Limbo zwaait ons uit en maakt nog een fotootje van ons drieën. We strijken eerst even neer bij Perry`s. We bestijgen drie barkrukken aan een hoge tafel. Zo, we bestellen biefstuk, twee bier en een rode wijn voor Rianne. Het is half tien. Voldaan gaan we aan de tocht beginnen. De vuurtoren van Ouddorp en die van Westkapelle zijn in de eerste instantie onze navigatiepunten. De vuurtorens van Westkapelle staan op Walcheren en zijn goed waar te nemen. Het zijn er twee. Hoog en Laag. De hoge vuurtoren staat in het dorp Westkapelle boven op de kerktoren. De lage flitser staat aan de geasfalteerde zeedijk aan de Noordzee. Ons zicht is ruim dertig kilometer. Straks na de eerste ronding krijgen we ook zicht op de Westervuurtoren van Nieuw-Haamstede. De meisjes huppelen het strand op. Het fosfor in de Noordzee heeft de laatste dagen veel licht en UV opgenomen. Ik hoopte dit al! De zee licht op. Een rustige branding, lage golfjes en overal waar je kijkt lichtgevende fosfordeeltjes in het kabbelende water. We lopen al aardig te genieten. De zon is al weggezakt en de nacht wordt almaar donkerder. Het is onbewolkt en erg warm vannacht. We genieten van een sterrenpracht aan de zwarte hemel. De Grote Beer en ook de Kleine Beer vergezellen ons. De Melkweg is scherp te zien en doorklieft de donkerte van het heelal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Net voorbij Rennesse … MUIEN! Dat is een levensgevaarlijk gebied aan de kust. Ik ben hiervan op de hoogte en ken de gevaren. We moeten even vergaderen. We praten weinig, zijn stil en onder de indruk. We schooieren langs de vloedlijn. Voor je gevoel loop je gewoon op het strand en langs de vloedlijn, je denkt ik kom er wel. Maar da’s bij muien zeker niet het geval. Langzaam en zonder erg loop je steeds verder de Noordzee in, over een zeer gevaarlijke zandbank, langs de vloedlijn. Het is aardedonker en je kunt nu niet meer ver kijken. Nu moet ik even uitleggen wat muien zijn: tussen de vloedlijn en de hoge duinen liggen zeedieptes (ook wel watergaten genoemd). Het zijn lange engtes die bij opkomend tij, zeer snel vol met zeewater stromen. Vaak ruim twee meter diep en soms honderden meters lang. Daar tussen de gevaarlijke zandbanken vanaf de vloedlijn. Als je merkt dat het tij komt ben je al te laat. De muien stromen zo snel vol dat je daar niet kunt zwemmen. Je loopt het serieuze gevaar om weg of onder te spoelen, met een absolute verdrinkingsdood tot gevolg. Wandelend langs de vloedlijn zie ik in het water van de zee een groot bord op palen staan. Kom meiden, even oriënteren, wat geeft het bord aan? We dragen alle drie een lamp op ons voorhoofd, wat absoluut noodzakelijk is. We bestuderen het bord en komen erachter dat we al te ver de gevaarlijke Noordzee inlopen en abusievelijk het strand links laten liggen. We hebben een beetje geluk, het is nog laag water en we moeten nu snel mogelijk via de nog droge muien richting de duinen banjeren. Ik ken het verschijnsel en weet dat het gevaarlijk is, we banjeren door de diepe en nog droge muien over de zandbanken richting de duinen. Het droge rulle zand loopt onmenselijk zwaar. We maken haast. Het moet ...! We moeten naar Westen Schouwen en niet naar de kloten. Bovenbenen en kuiten krijgen het zwaar te voorduren. Ook mentaal zijn we een beetje aangeslagen. We bewaren de kalmte, proberen snel en veilig uit dit gebied te komen. In het voorjaar van 2019 is hier een vrouw verdronken. Zij wist niet hoe muien zuigen konden. We doorkruisen het gevaarlijke gebied, hogerop. Oooeeeffh hoor ik achter me. Ik kijk om en daar ligt Rianne, languit in het zand. We hebben het effe zwaar. Nu nog oppassen dat we niks breken. Het gaat goed. Deze nacht is indrukwekkend en erg warm. We bereiken het begroeide strand onderaan de duinen. We voelen ons weer veilig en vallen even om in het zand. Drinken en praten wat. Organiseren ons en blijven een kwartiertje liggen om straks weer verder te gaan.

Na het voltooien van de Brouwersdam is er veel veranderd voor de kust. Hij ligt er inmiddels al een   of vijftig. Stroomveranderingen en westerstormen hebben erg veel zand aangevoerd. Het zand is bezonken en veroorzaakt de muien, maar levert ook de stranden op aan de Brouwersdam waar dagelijks duizenden toeristen vertoeven. Het zand wat de op de dam waait en blijft liggen wordt met grote shovels terug naar de stranden geschoven. Nog voor het muiengebied horen we een gitaartje op het strand. Kom op dames: effe een liedje meezingen. Ik vraag drie Duitse jongelui – twee jonge mannen en een meisje - of we even aan mogen schuiven. Eén van de jongens vind het wel gezellig en zet een kampvuurliedje in: House of the Rising Sun. De dikste van de twee probeert zo hard mogelijk te zingen, maar zingt ook zo vals als maar mogelijk is. Geschrokken zingen we niet mee. De gitarist speelt daarna een prachtig klassiek stukje op zijn Spaanse gitaar. Het klinkt prachtig maar toch stappen we op. We bedanken de oosterburen voor het strandconcert. Tjuuuuus!

Miranda gaat op blote voetjes, Rianne met gedotterd been en ik met een soort brace om de kuit.

Na het muiengevaar zien we een visser langs de vloedlijn met schijnwerper en twee strandhengels.

Ik vertel de meisjes dat ik even bij hem ga kijken, besluip hem van achter, en vraag hem keihard:

“Al een ‘vissie’ gevangen?” De visser schrikt. Hij is alleen met zijn hengels en zijn lamp. “Eén zeebaars”, stamelt hij geschrokken. “Nou daar kun je mee thuis komen...” is mijn antwoord. Ik wens de visser nog een goede vangst en loop weer naar de meisjes toe. Inmiddels hebben we ongeveer drie-en-half uur zand achter ons gelaten. Het water is opgekomen en we struinen alle drie op ons zelf over het strand en langs de rustig kabbelende vloedlijn. In het Noorden bliksemt het onophoudelijk: een mooi verschijnsel.

Het is vochtig tijdens het lopen, de rugzakken worden klam en plakkerig, net als onze handen. Zoute lucht en vocht maakt plakkerig. We besluiten nog een stukje te lopen, zuidwestelijk nu. Dan hebben we de vuurtoren van Nieuw Haamstede erbij. Dat is beter voor de oriëntatie en we spreken af daar onszelf wat rust te gunnen. Het licht op zee wordt inmiddels scherper. We zien nu zelfs de schepen op de rede liggen, net voor de Maasvlakte. Miljoenen hemellichamen lachen ons toe.

Het strand wordt eindelijk wat smaller dus kunnen we weer over het harde zand langs de vloedlijn wandelen. Langzaam ronden we nu de Verklikker-duinen. Dat is een groot duingebied met hoge duinen gelegen tussen de Noordzee en Haamstede. De vuurtoren van Ouddorp raakt uit het zicht.

Het strand wordt weer breder en we wandelen Zuidwest. Hier is het strand ongevaarlijk en we draaien rustig wandelend mee de juiste richting op. In zee, niet ver uit de vloedlijn, zien we een lichtboei knipperen. Hé da's gemakkelijk, we kijken ook uit naar de Wester-vuurtoren met zijn krachtige lichtbundels.  De lichtboei in zee lijkt vlakbij. Na een uur stappen passeren we alle drie de lichtboei. Nu zien we links boven de duinen de lichtbundels uit de rood -witte vuurtoren van Nieuw-Haamstede. Een echte krachtpatser als het om licht draait. Zijn bundels draaien over de duinen en verlichten de zee. We sjokken een stukje verder en binnen één seconde hebben we een stukje strand ingenomen. De rugzakken trekken we van de vermoeide schouders af. Hier gaan we een tukkie doen.

Rianne rukt haar slaapzak te voorschijn en is ‘vertrokken’. Ze droomt al over het laatste stuk strand, dat we nog te goed hebben. Miranda heeft alleen een binnenslaapzak en een lange broek. Mijn fleece trek ik aan, schoenen uit. Ik leg mijn hoofd op de rugzak, precies op de plek waar de leeggedronken plastic flesjes verstopt zitten: Lekker zacht maar het kraakt. Ik staar de hemel af.

Het scherpe uitzicht en het geluid van de zee, samen met het gelach uit de meeuwenkolonie is fantastisch: ZEELAND IS GENOT!

We liggen naast elkaar, ieder heeft zijn plekje. Ik staar naar de hemel en pas een beetje op de meisjes. Een lichte bries ontstaat, vlak boven het strand Dat voelt een beetje fris en onprettig, alle drie hebben we er last van. De meiden rollen zich kleiner op en ik besluit om toch maar mijn slaapzak te pakken. We zijn rond 2.30 uur gaan liggen en om 6.30 uur worden we om de beurt licht wakker. De prachtige zwarte hemel heeft inmiddels plaats gemaakt voor een stevig wolkendek. Het is licht geworden en eindelijk kunnen we zien waar we verblijven: gewoon op een Zeeuws strand en we lachen weer. De vuurtorens zijn uitgezet en hebben plaats gemaakt voor een waterig zonnetje. Het is een stuk kouder geworden. Wel hebben we alle drie een paar uurtjes lekker geslapen en dat was nodig. De tocht is best zwaar maar het genot van dit avontuur overtreft alles. We moeten bij vertrek van ons nachtelijke strandkamp wel wat regen incasseren. Niet genoeg overigens om de regenpakken aan te trekken. We nemen het zoals het is. Kijk nog maar even terug naar de foto’s die we maakten. Straks het laatste deel van de ronding en een noodzakelijk telefoontje met Rijkswaterstaat.

Geen thee of koffie, slokkie water en wat regen, zo sjokken we de ochtend in. Het hoge water heeft zich teruggetrokken. Ons laatste tij, laag water en veel strand. De duinen zijn grilliger, lager, soms afgewisseld met hoger duin. We passeren ingestorte zandduinen: hoge duinen waar tonnen zand van afgegleden zijn. Het daglicht is weer even wennen. Je ziet wel veel en het gevoel is totaal anders.

In de laatste draai, richting Westenschouwen, staan werkelijk honderden ronde palen (boomstammen) in het strand geheid, bedoeld als golfbrekers. Om deze palen het strand in te rammen, hebben er een zomer lang grote machines op het strand gewerkt met stoere Zeeuwse mannen. Tijdens mijn jongensjaren ging ik dagelijks kijken naar het inrammen van die palen. Dat was ongeveer in 1967. De Deltawerken in dit gebied begonnen iets later, maar ook daar zat ik met de neus vooraan.  We passeren de ‘palen’. Soms is er een plekje waar je net doorheen past, of je kan er omheen sjokken. Het is een gewilde locatie om te fotograferen. Straks komt onze ontdekking van geheime kleikunst langs het strand aanwezig. Hier en daar vind je namelijk vette klei langs deze stranden. In grote dikke plakkaten waar over je kunt lopen, maar ook kleinere bonken, vuistgroot. We vinden een beeldje, geboetseerd uit deze klei. Let bijvoorbeeld eens op de gouden nagels, dat zijn schelpen en ze zijn niet gekleurd. Een kunstenaar die om zich heen kijkt. Bijna mijn hele leven heb ik hier vertoefd, maar dit had ik nog nooit gezien. Het is echt een geheim. We stapper weer lekker door. Het eind komt in zicht en we voelen ons of we al op een terras zitten. In dit gebied zijn ook meerdere duinovergangen. Er lopen ook al wat meer toeristen op het strand, vaak met een hondje. De eersten die we voorbij sjokken zij twee dames op leeftijd die deze morgen een bad nemen in de Noordzee, geweldig toch …

We naderen het nieuwe strandpaviljoen genaamd De Buurman. Dit voorjaar heb ik er een biertje gedronken en toen zag ik de naam op de gevel staan. Hieraan denkend banjeren we op ons einddoel af. Net voorbij De Buurman, is de trap der verlossing en daar gaan we het strand verlaten. Doordat het tij gezakt is, is het strand spiegelglad. In de verte zien we de contouren van de pijlerdam, de Oosterscheldekering. Bijna tegelijk zien we alle drie een uitzonderlijk pakket op het strand, ongeveer honderd meter voor ons. Onze fantasie draaide op volle sterkte. We waren het weer met elkaar eens: een lijk, dat zou het spannendste zijn. En wij waren de ontdekkers! Ja Ja, we hadden beet.

Een echt lijk, en niet in een zak, direct uit zee. Het bleek een volwassen, grote zeehond te zijn, aangespoeld met het laatste hoog tij. “Och wat zielig, een zeehond.” Al eerder vond ik een dode zeehond, op de Maasvlakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaak is wel, dat het kadaver snel verwijderd moet worden, in verband met ziekteverspreiding. We weten natuurlijk niet wat de doodsoorzaak is. Er lopen op dit vroege uur veel honden op het strand, die allemaal wel een stukje van de dooie zeehond lusten. Dat kan natuurlijk niet. We overleggen kort met elkaar en besluiten een melding te maken bij Rijkswaterstaat. Miranda pakt de telefoon.  Het telefoontje met Rijkswaterstaat liep niet zo lekker.

Tweehonderd meter verderop is de post van de Reddingsbrigade. Daar maken we de melding.

Direct is er contact met Rijkswaterstaat en de hele machine draait. Dode zeehonden, gevonden op het strand, worden altijd onderzocht. Men wil de doodsoorzaak weten. We hebben foto's gemaakt.

De Reddingsbrigade is gevestigd onderaan de trap en we klimmen alle drie het duin over. Dit was wel een prachtig avontuur, met muien, kunst en miljarden zandkorrels. Nu we de trap over zijn vallen we neer op een terras. Er wordt een geweldig ontbijt voor ons gemaakt, maar eerst een biertje.

Meiden bedankt!

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now