Fietstocht Zeeland

Mijn voornemen om de fietstocht door Noord Brabant voort te zetten ben ik gestaakt. De vele meldingen over de eikenprocessie rups in Brabant, veranderd het plan. Met de wind voor of tegen zal ik weer onze geliefde provincie Zeeland gaan doorkruisen. Over de Deltawerken en langs de Zeeuwse wateren. Het plan: Flakkee verlaten via Oude Tonge en de Grevelingendam, naar het Zeeuwse dorpje Ouwerkerk in de vier bannen polder, ons familie dorpje met veel herinneringen. Over de vijf kilometer lange Zeelandbrug naar Colijnsplaat. Daar ga ik een visje eten. De rest van de fietstocht gaat op inzicht en gevoel. Het wordt weer warm dus de zwembroek en bidons zal ik niet vergeten. We staan om zes uur op, Rianne gaat naar haar werk en ik bak twee eitjes met spek. De tassen hangen aan de fiets en ik vertrek om zeven uur. Oostelijk en aan de zuidkant van Goeree, fiets ik de Grevelingendam op richting Bruinisse. Een lichte tegenwind dus geen gevecht met de elementen. Ik fiets rustig aan met een laag tempo het eiland Schouwen Duiveland op, richting Ouwerkerk. Rianne's moeder komt van dit Zeeuwse dorpje en woonde daar met Rianne haar zus bij oma stok. Oma Bolijn was slecht ter been en liep met een stok. Na de watersnoodramp van 1953 woonde oma in een Noorse geschenkwoning. Tijdens de ramp werd hier één van de grotere gaten in de zeedijk geslagen. Midden in de koude Februari nacht, tijdens springtij en een zware westerstorm, liep de vierbannen polder onder water. Een muur van water vernietigde de dorpen met hun huizen en boerderijen en het koste veel mensen levens. Koeien, paarden, varkens, bijna de gehele veestapel van Schouwen verdronk in de immense vloedgolf die het eiland teisterde.  Ook op Goeree vielen veel slachtoffers vooral Oude Tonge werd zwaar getroffen. Nagenoeg op alle Zeeuwse eilanden, Noord Brabant, Voorne Putten tot voorbij Rotterdam stond het zoute Noordzee water in de straten.

 

Na drie dagen, drong in Nederland de omvang van de watersnoodramp pas echt door. Een enorm reddingsplan werd opgezet. Niet alleen vanuit Nederland maar ook uit andere landen stuurde men hulptroepen met veel en zwaar materiaal dat nodig was om te redden wat nog te redden viel.

 

Nu zit ik veilig op een camping genoemd naar de polder, de Vier Bannen. Naast deze camping ligt een aantal caissons in de dijk. Daarmee is niet alleen hier maar ook bij de Schelphoek de dijk gedeeltelijk gedicht. Het zwaar materiaal werd ingezet om de dijken zo goed als mogelijk te sluiten. Het in en uit stromende zeewater werd op deze manier gestopt. De polders werden leeg gepompt en het leven moest weer opgepakt worden. Het Deltaplan werd ontwikkeld en de jaren daarna uitgevoerd. In de caissons bij Ouwerkerk is nu het watersnood museum gevestigd. De familienaam van Rianne haar moeder is Bolijn, een echte Zeeuwse naam van Schouwen Duiveland. Toen ik vanmorgen Ouwerkerk in fietste wilde ik natuurlijk een fotootje maken van het Noorse geschenk woninkje genaamd het Melhus, waar oma stok jaren woonde en Rianne als kind logeerde.  In het huisje zag ik een oude man. Aankloppen dacht ik, dat is wel zo netjes. De oude man opende de deur en keek mij aan. Ik vertelde wie ik was en dat ik getrouwd ben met de kleindochter van oma stok Bolijn. Een warme Zeeuwse glimlach we gaven elkaar een hand, kom maar binnen jongen, met koffie dat praat beter. Ik ben ook een Bolijn, vertelt hij, ik ben negentig jaar en rij nog auto en scooter. Rianne haar moeder werd ook ver in de negentig jaar en lachte ook nog elke dag. Ik ben Cor, Cor Bolijn, verteld de bewoner van het Melhus. Blij verast, zo voelde ik mij. De namen en geboorte data van de Bolijntjes klonken door het huisje, een huisje met geschiedenis. Ik geniet… het is een fijne vent. We spraken zeker twee uur met elkaar, en spraken af dat ik samen met Rianne terug kom. Hij vertrouwd mij twee boeken toe, een boek over de familie geschiedenis en een boek over oude kastelen waarvan één bewoont werd door de Bolijntjes. Namelijk het inmiddels vergane kasteel Oostersteyn  te Oosterland. De boeken mogen mee van Cor Bolijn, vol trots gaan de boeken tussen mijn kleding in een fietstas, daar kan ik mee thuis komen. In alle consternatie vergeet ik een foto van het huisje te maken. Wel maak ik nog een foto van Cor en het Bolijn familie wapen.

 

Bij het watersnood museum maak ik nog enkele foto’s van de caissons die in de dijkgaten werden gevaren. De caissons gemaakt voor de landing in Normandië speciaal voor, D-day, zijn drijvend over zee vanuit Engeland aangevoerd door grote zeeslepers. Eenmaal in de dijken gevaren zijn deze zo goed als mogelijk op hun plaats gebracht, werden de afsluiters open gedraaid en vol met water afgezonken en later gevuld met zand. Daaromheen werden de nieuwe dijken aangelegd.

 

Er staat een lekker windje langs de Oosterschelde, dus niet te warm. Morgen de Oosterscheldebrug ook wel de Zeelandbrug genoemd. De eerste oever verbinding tussen het eiland Schouwen en het eiland Noord Beveland, ooit de langste brug van Europa, vijf kilometer. Op YouTube kun je de bouw van deze brug terug kijken. Dinsdag 23 juli 1999 de Zeelandbrug, half elf fiets ik de camping af, langs het kreken gebied achter Ouwerkerk. Het kreken gebied is ontstaan tijdens de doorbraak van de zeedijk tussen de Oosterschelde en Schouwen Duiveland. In een van de kreken verdween tijdens de ramp, het oorspronkelijke huis van oma stok Bolijn. Rianne en ik gaan inmiddels al jaren naar de herdenking van de watersnoodramp. Deze jaarlijkse herdenking wordt gehouden bij en in het watersnoodmuseum, maar ook op talrijke andere getroffen dorpen. Tijdens de ramp zijn bijna twee duizend slachtoffers gevallen. Nu fiets ik de Vier Bannen polder uit, nadenkend over welk drama zich hier heeft afgespeeld. Een beetje weemoedig verlaat ik Schouwen. Alles ziet er nu vredig uit, kinderen zwemmen in de kreken op de Oosterschelde varen honderden zeilscheepjes en de stranden overvol met toeristen.

 

Vlak onder Zierikzee zie ik de Zeelandbrug liggen. Daar ga ik overheen, dat wil ik al jaren, de Oosterschelde over fietsen via deze brug. Een lang en vooral recht, smal fietspad met onder je de zeilschepen. De Zeelandbrug is begin jaren zestig gerealiseerd, in die tijd een spektakel bouwwerk. Ik heb totaal geen haast als ik over de brug fiets, in tegendeel, ik wil de brug voelen, de zilte lucht inademen en naar beneden kijken. Een visser in zijn kano onder mij gebruikt twee hengels. “Al wat gevangen?” schreeuw ik naar beneden. De visser verstaat mij niet, ik steek mijn duim op. Hij groet mij terug, ook met een duimpje. Veel schepen met masten liggen te wachten tot de klep van de brug open gedraaid wordt, ook dat is mogelijk bij de hoge brug. Regelmatig stop ik op de brug, gewoon kijken, snuiven, genieten, hoe hoog ik boven het water sta kan ik niet inschatten. Als kind heb ik deze brug gebouwd zien worden. Voor een passage moest vroeger tolgeld betaald worden, de brug is inmiddels afbetaald. De brug op fietsen is flink klimmen, de brug af is een genot maar niet ongevaarlijk. 

 

Bij het Veerse meer ga ik het sluisje over vlakbij Kats. Aan de zuidkant van het Veerse meer fiets ik richting Veere, dat ga ik vandaag niet halen, het is te warm. Bij een tankstation vul ik mijn bidons. Mijn lichaam absorbeert het vocht in “no time”. Na een kwartiertje fietsen zie ik een oude Land Rover langs de weg staan. Oude Land Rovers, daar weet ik alles van. Deze Land Rover is zeker veertig jaar oud en de remmen staan geblokkeerd. Ik kruip samen met de eigenaar onder het oude karretje. De handrem op de aangedreven tussenas beweegt. Samen checken we de remolie, dat is ook in orde. Er is al iemand onderweg vanuit Goes en verder kan ik hem niet helpen. Met onze vettige handen nemen we afscheid en wens ik hem sterkte met zijn prachtige Land Rover. Ik stap weer op mijn fiets en rustig ga ik verder. Bij het sluisje “hoor” ik de Land Rover aankomen. Luid getoeter en veel gezwaai, gelukkig denk ik, de Land Rover rijdt weer.

 

De eerste camping die ik tegen kom stop ik. Dat heb ik met mijzelf afgesproken. Wolphaartsdijk, hier was ik eerst mijn vette handen en zet het tentje weer op. Zonder binnentent adviseert Rianne mij door de telefoon het wordt een warme nacht. Op de camping is een bierterras en een keuken. Het was weer een warme toffe fietsdag. Deze dag heeft veel indruk op mij gemaakt, Zeeland heeft altijd al indruk op mij gemaakt. Als kind kampeerden wij, mijn ouders met vier kinderen, al op Schouwen. Eerst in een bungalowtent later in een stacaravan. Mijn vader kocht een prachtige oude Engelse Pemberton stacaravan. Als kind las ik veel boeken over de watersnoodramp van 1953. Jongensboeken met titels als: De dijken breken en Het water komt. Verhalen over jongens met hun familie, tijdens en na de ramp. De aanleg van de Deltawerken heb ik altijd gevolgd. Vooral de aanleg van de Oosterschelde kering. Dagelijks zat ik aan de Punt van de Oosterschelde op het strand, kijkend hoe de speciaal gebouwde schepen, voor deze enorme klus, aan het werk waren. Het werkeiland Neeltje Jans werd midden in zee aangelegd. Een werkbrug voor de aanvoer van miljoenen tonnen zand, steen, ingevoerde keien en de benodigde materialen voor de productie van beton, werd tijdelijk aangelegd. Het bijzondere bouwproject won de beton prijs. Door gesteggel met de actieve milieu groeperingen en visserij van Zeeland is er met de overheid een bijzonder plan ontstaan: Een open kering met sluis en bij extreem hoog water afsluitbaar. Dat is een immens bouwkundig hoogtepunt van de Deltawerken geworden. Later ga ik er overheen fietsen. Ook op de scootmobiel, samen met Rianne, beklommen wij de Oosterschelde kering.

 

Op de camping aan het Veers meer is een Spar gevestigd. Ik koop wat extra koude flesjes, de bidons gevuld met koud water, verlaat de camping en fiets naar het westen. Dan kom ik bij de Veerse dam dat is de afsluiting tussen het Veerse meer en de Noordzee. Langs het Veerse meer een schitterende fietstocht. Wat mij opvalt is de hoeveelheid vakantie woningen die worden gebouwd, gewoon lelijk. Dan fiets ik door Veere het is er erg druk. De haven ligt vol met jachten. Op een terras gooi ik me vol met koude ijsthee en vul ik de bidons weer met koud water. Nog een mooi stukje langs het Veerse meer fietsen. Ik zie veel mooie natuur langs de oevers begroeid met riet. Ik zie er zilverreigers, lepelaars, veel watervogels en de witte koeiepikker. Erg veel toeristen in en rond het water en op grote grasvelden en zandstrandjes. Het is er erg druk maar weinig fietsers.

 

Tijdens de fietstochten valt mij op wat een zooi er wordt gedumpt. Heel veel plastic, blikjes, glaswerk en overige verpakkingen het is verschrikkelijk zo veel. Wat ik op een dag zie liggen, langs de paden, is voldoende om zeker drie walvissen mee te vullen. Ik erger me eraan en snap er geen zak van.

 

Aan het begin van de Veerse dam zie ik een ijskarretje staan. Bij het karretje staat een gezellig, roodharig Zeeuws meisje. Ze fietst elke dag van Middelburg naar het karretje en terug. We praten over muziek, Pink Floyd klinkt uit mijn stuurtas. Zij kent het en vind het toffe muziek. Zij draait muziek van de Lyon King, voor de kinderen waaraan zij ijsjes verkoopt. Ik knabbel het waterijsje op en we nemen afscheid, Doei, dat was gezellig. Aan het begin van de Veerse dam staat een bord met een waarschuwing voor de Bastaardsatijnrups, daarom ging ik niet naar Noord Brabant.

 

Na de Veerse dam fiets ik de Oosterschelde kering over, met een geweldig uitzicht over de Noordzee. Kijk je de andere kant op dan heb je overzicht op de Oosterschelde in de verte zie ik de contouren van Zierikzee. Daar begint de Zeelandbrug die is door het slechte zicht niet te zien. Daar fietste ik over naar het zuiden, nu fiets ik Noordelijk met de wind in de rug. Het is daardoor erg warm, er is geen rijwind. Liters drink ik maar ik hoef niet te piesen. Op het laatste stukje van de kering zie ik twee Zeeuwse meisjes staan. Daar moet ik een fotootje van hebben, samen met mijn fiets. Bijna ben ik weer op Schouwen Duiveland, hier bracht ik jaren van mijn jeugd door, in de zomer maanden. Dagen en nachten op het strand, s’avonds met een kampvuurtje en gitaren.

 

In Westenschouwen op camping Duinoord zet ik mijn tentje op en klauter het duin over via de brede trap om lekker de zee in te duiken. Het trekkersveldje op de camping is erg leuk. Er staat een Zwitsers gezin met twee zoons van twaalf en dertien jaar. Het gezin is ook op de fiets en er staan nog een aantal kleine tentjes. De volgende dag zijn de mede gasten van het trekkersveldje vroeg wakker. De Zwitsers spannen de kroon. Rond acht uur is hun complete kampement ingepakt. Vier fietsen met Ortlieb tassen ook de twee jongens dragen heel wat mee. Papa trekt ook nog een eenwielig karretje, met een Zwitsers vlaggetje. Ook zij gaan het eiland Schouwen af via de Bouwersdam. Over Voorne Putten trekken zij in twee dagen door naar Rotterdam, een stoer gezin.

 

Vandaag verlaat ook ik het eiland Schouwen, via Haamstede, daar woont mijn moeder met Johan, haar man. Mijn moeder had een Zeeuwse vader, hij kwam uit Vlissingen en vertrok jong naar Rotterdam. Samen met mijn oma hadden zij zeven kinderen. Mijn opa was Zeeuw en stierf op jonge leeftijd in hartje Rotterdam, nog voor de oorlog uitbrak. Dankzij mijn opa Bosselaar voel ik het Zeeuwse bloed in mijn aderen. Nog een stukje fietsen en dan koffie met gebak, bij mijn moeder, ze is 86 jaar. Dan terug naar mijn eigen Zeeuwse meisje. Ze had verse uien gekregen, zo van het land, ze heeft er Hachee van gemaakt. Ondanks de warmte toch lekker. Een fietser moet goed eten, fluisterde zij gisteravond in mijn oor tijdens ons dagelijks telefoon gesprek.

 

Rond twaalf uur vertrek ik vanuit Haamstede richting Renesse van daaruit over de Brouwersdam. De hitte en de tegenwind uit het oosten plagen mij. Het water in de bidons is zo warm geworden dat het niet meer is te drinken. Onderweg scoor ik zoveel mogelijk koud drinken. Dat houd op langs de slikken van Goeree. Om half vier in de middag cross ik de tuin in, val van mijn fiets, en wil zoveel mogelijk koud water over mij heen. Onder de buiten douche ben ik niet meer weg te slaan. Liters drink ik met heel veel ijs, de Hachee is heerlijk en ik ben weer thuis. Een mooi Zeeuws avontuur bij een hoge temperatuur.

Naschrift

Na deze fietstocht hebben wij contact onderhouden met Cor Bolijn. Tegen het najaar had Cor enkele ongelukjes, zoals tijdens klein onderhoud aan zijn huisje, met de zaagmachine zaagde hij in zijn hand. Niet heel ernstig, maar hij liep een flinke wond aan zijn hand op.  Cor's hond Mitchie was 14 jaar oud en overleed. Daarna wilde Cor nog een kleine verandering in zijn geschenkwoning aanbrengen, een klusje op hoogte, dus Cor beklom een eetkamerstoel, verloor hierbij het evenwicht en kwam ten val. Een bovenbeen fractuur en moest geopereerd worden. Rianne en ik zochten Cor op in het revalidatie centrum in Zierikzee, goedlachs vertelde Cor over zijn buiteling en liet ons weten dat hij nog enkele weken in Zierikzee moest revalideren. Voor zijn terug keer naar Ouwerkerk moesten er enkele aanpassingen aan zijn huisje gerealiseerd worden zodat Cor zonder problemen zich door het huisje kon bewegen. Na de kerstdagen van 1999 kon Cor eindelijk weer naar zijn geliefde huisje terugkeren. Kort geleden hadden wij telefonisch en app contact, Cor vertelde dat hij ziek was geworden. Fibromyalgie een spierweefsel ziekte veroorzaakt vanuit de hersenen. Hij had vooral pijn in zijn voeten en onderbenen en werd behandeld met het medicijn Duloxetine. Afgelopen week ontvingen wij het bericht dat Cor in de leeftijd van 90 jaar, in zijn slaap was overleden.

17 februari 2020.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now